Hoe hoger de inkomsten hoe meer stemrecht?

Of: Hoe pleeg je een coup ?

Dit is een aflevering in de serie Misstanden / Zaken waarover vragen gesteld moeten worden.

In deze aflevering besteden we aandacht aan StOPnl, een stichting die in 2012 is opgericht met een ruime doelstelling. Op de site staat: centraal staat dat de belangen van film- en televisieproducenten in Nederland zo goed mogelijk behartigd worden. StOPnl houdt zich bovendien bezig met het incasseren en verdelen van auteursrechtelijke vergoedingen.

En juist over de verdeling van deze vergoedingen is de afgelopen jaren binnen het bestuur van StOPnl een steeds verder oplopend conflict ontstaan. De vertegenwoordigers van filmproducenten (speelfilm (FPN), animatie (ANP) en documentaire-producenten (DPN)) verschillen van mening met de vertegenwoordigers van de televisieproducenten (voorheen OTP, de onafhankelijke televisieproducenten, en sinds kort NCP – Nederlandse Content Producenten) samen met SEKAM, over de repartitie grondslag, de methodiek waarmee de verdeling tot stand komt.

Dat er gedoe is over geld is niet verwonderlijk, maar de manier waarop nu geprobeerd wordt het conflict te beslechten, is dat zeer zeker wel. Het oogt voor ons vooral als een kamikaze actie, een soort Wild West move waar je vroeger misschien nog een deuk mee in een pak boter kon slaan, maar die vandaag de dag, door het toezicht en de bestuurlijke controle, gedoemd is te mislukken. Althans, daar gaan we vanuit.

We zullen in dit artikel overigens niet al te diep ingaan op het geschil, daarover kunnen de betrokkenen beter zelf geraadpleegd worden. Het gaat ons over de manier waarop er met het conflict om wordt gegaan en of er nog wel een garantie is op een eerlijke verdeling van gelden.

Het conflict

De basis van het conflict is dat de filmproducenten vraagtekens plaatsen bij de grondslag van de repartitie. Deze is gebaseerd op SKO-data: kijkcijfers van programma’s op televisie en online services. Hierdoor zijn kijkdichtheid én uitzendduur leidend bij de verdeling van gelden. Omdat televisieprogramma’s kwantitatief sterk vertegenwoordigd zijn, zijn speelfilms, documentaires en animaties in het nadeel. Dit leidt er toe dat de producenten van televisieprogramma’s – spelprogramma’s en ongetwijfeld ook Piets Weerbericht – gezamenlijk zo’n 83% ontvangen van de inkomsten. Volgens de filmproducenten is dit aandeel te hoog omdat het auteursrechtelijke gehalte (de zgn. copyright density) meegewogen zou moeten worden zodat, behalve de lengte van het programma en het kijkcijfer, ook de (hoeveelheid) auteursrechtelijke prestaties van makers meetellen. In het buitenland wordt deze methode al enige tijd gehanteerd.

Een nieuw bestuur?

Waarschijnlijk was het vanwege de stemverhouding tussen filmproducenten (45%) en de televisieproducenten en Sekam (samen 55%) zo goed als onmogelijk om in het huidige bestuur hierover een zinnige discussie te voeren. In elk geval voelden de  filmproducenten zich genoodzaakt om naar de rechter te stappen.

Maar nog voordat de rechter tot een uitspraak heeft kunnen komen, kondigt de directie van StOPnl aan te willen ‘onderzoeken’ of de samenstelling van het bestuur gewijzigd kan worden. In de mail aan aangeslotenen staat :

Het is gebleken dat er nadelen verbonden zijn aan het hebben van een bestuur dat voornamelijk bestaat uit belangenverenigingen. De huidige bestuurders zijn het over vrijwel alles oneens en FPN, DPN en ApN hebben zelfs een procedure aangespannen tegen StOPnl, NCP en Sekam. Het is daarom beter om natuurlijke personen te benoemen als bestuurders van StOPnl, die primair het belang van StOPnl en haar aangeslotenen dienen en niet (enkel) het belang van een belangenvereniging.

Op zichzelf valt er natuurlijk iets te zeggen voor een bestuur dat niet met handen gebonden is aan andere belangenverenigingen. Om die reden hanteren de meeste besturen ook een structuur waarin de bestuursleden zonder last of ruggenspraak hun achterban vertegenwoordigen en dus niet bij elk besluit hoeven te overleggen.

Maar in het geval van StOPnl lijkt er toch iets anders nagestreefd te worden. We lezen verder:

Volgens artikel 2e lid 2 Wet Toezicht en artikel 5.4 van de statuten van StOPnl moet het bestuur daarnaast zorgdragen voor een samenstelling van het bestuur dat een evenwichtige en billijke afspiegeling vormt van de aangesloten rechthebbenden.

Ook dit lijkt logisch. De stichting behartigt immers de belangen van de film- én televisieproducenten en dus is een evenwichtige en billijke afspiegeling van belang. Het zorgelijke is alleen dat de directie een wat vreemde opvatting heeft over wat er onder een evenwichtige en billijke afspiegeling moet worden verstaan.

De directie vindt namelijk dat een driekoppig bestuur bestaande uit twee bestuursleden benoemd door de televisieproducenten (tegenwoordig NCP) en één bestuurslid, benoemd door de vergadering van aangeslotenen, een evenwichtige en billijke afspiegeling is van de aangesloten rechthebbenden. Belangrijkste argument zou zijn dat de voormalige OTP-leden – in de afgelopen jaar 83% van het uitgekeerde geld ontvingen. In een nieuw jasje gegoten, gaan die vergoedingen kennelijk over van de OTP op NCP waarvan in een voetnoot bij de enquête wordt gezegd dat die TV, Film, Documentaire, Online en Animatieproducenten vertegenwoordigt. Of dat zo is, en zo ja op welke manier dan, dat wordt in de mail niet duidelijk gemaakt.

Zou het doel van de naamswijziging misschien zijn om tot een StOPnl bestuur te komen waarin NCP het voor het zeggen heeft?

Evenwichtige en billijke afspiegeling?

Waarom is de hoeveelheid ontvangen geld de grondslag voor de samenstelling van het nieuwe bestuur? In ons idee is dat totaal niet in lijn met het uitgangspunt van een goed bestuur. Dat BUMA zo’n bestuurssamenstelling hanteert, maakt de keuze er niet beter op.

We lichten het even toe. Dat televisieproducenten het grootste aandeel hebben in de vergoedingen (83%) maakt ze niet per definitie ook een juiste afspiegeling van rechthebbenden. Vooral niet als de hoogte van de uitkering nu juist onderwerp van een conflict is.

Daarbij zijn er naast de televisieproducenten ook nog andere rechthebbenden, zoals producenten van speelfilms, animatiefilms en documentaires; de filmproducenten. Dat deze groep op dit moment nauwelijks tot geen vergoeding krijgt maakt ze niet minder rechthebbend. En zolang ze rechthebbend zijn moeten ze op een billijke en evenwichtige manier vertegenwoordigd worden in het bestuur.

Maar zoals gezegd, dat lukt niet in het bestuur zoals StOPnl het nu voorstelt. In zijn algemeenheid kan je zeggen dat op het moment dat één partij het voor het zeggen heeft er nooit sprake kan zijn van een billijke en evenwichtige afspiegeling van diverse rechthebbenden (tenzij er maar één groep rechthebbenden is natuurlijk). De achterliggende gedachte is immers dat de rechthebbenden in staat moeten zijn om bestuurlijke controle uit te oefenen op de organisatie. Met name wanneer de organisatie vergoedingen incasseert en verdeelt en er dus veel geld in om gaat.

Na de BUMA perikelen is men alert geworden en met een aangescherpte Wet Toezicht Collectieve Beheersorganisaties is er een grotere controle op de repartitie zodat vergoedingen terecht komen bij de juiste rechthebbenden. En juist hier gaat het om. Om dit te waarborgen moet er onder andere een mogelijkheid zijn om de aandelen in de repartitie bij te stellen, bijvoorbeeld vanwege veranderde wetgeving, een uitspraak van de rechter of wanneer er sprake is van nieuwe exploitatievormen.

Zoals gezegd is dat in een bestuur, dat bestaat uit twee zogenaamde NCP leden die feitelijk voornamelijk televisieproducenten vertegenwoordigen en een derde lid dat benoemd wordt door de vergadering van aangesloten, niet mogelijk. Dan is er geen garantie dat het aandeel van televisieproducenten (NCP) bijgesteld zal worden ten gunste van andere rechthebbenden.

Dit is een essentieel punt van aandacht, niet alleen voor de betrokken filmproducenten, maar ook voor het College van Toezicht.

De coup

De mail van StOPnl aan de aangeslotenen wijst erop dat het College inderdaad is

will-hutchins

geraadpleegd. Het College blijkt akkoord te gaan met de nieuwe bestuurssamenstelling, mits de aangesloten rechthebbenden geraadpleegd worden en de meerderheid instemt met de bestuurswijziging. Een beetje in de trant van ‘waarom zouden wij ons druk maken als ze het zelf willen’.

En inderdaad worden de aangeslotenen nu dus geraadpleegd. Op 23 mei kan er gestemd worden en voordien kan er al online een stem worden uitgebracht.

Theoretisch gezien is er dus een kans om het hele voorstel van tafel te vegen.

Maar… hier heeft de directie van StOPnl, die zegt alle rechthebbenden te vertegenwoordigen, een stok voor gestoken. Er wordt namelijk gewerkt met een stemverdeling. En rara wie de meeste stemmen hebben? Juist, de mensen die – gemeten over de afgelopen 3 kalenderjaren – het meeste ontvingen uit de StOPnl incasso: en dat zijn de grootste televisieproducenten die sinds kort verenigd zijn in NCP!

De stemverdeling is als volgt:

Gemiddeld ontvangen repartitie bedrag in de afgelopen 3 jaar
Aantal stemmen
€ 10.000 1
€ 13.000 2
€ 30.000 4
€ 75.000 10
€ 500.000 10

Je hoeft geen waarzegger te zijn om de uitslag te voorspellen. De grote televisieproducenten zullen VOOR stemmen en aangezien zij een enorme hoeveelheid stemmen vertegenwoordigen zal er waarschijnlijk een bestuur ontstaan waarin zij de meerderheid hebben. Wie VOOR stemt, legt de toekomst van de collectieve gelden van alle producenten dus in handen van een klein aantal, deels buitenlandse televisie-producenten zoals EndemolShine, Talpa en Warner.

Het grootste deel van de vergoedingen zal dan vermoedelijk naar deze televisieproducenten (blijven) gaan en naar hoogfrequent uitgezonden, in bulk geproduceerde programma’s. Op zichzelf verdiende inkomsten, maar producenten van films, documentaires animatie en dramaseries hebben in dat geval weinig kans op het vergroten van hun aandeel. Ook niet als voor hun films door mee-weging van andere factoren een groter aandeel volkomen gerechtvaardigd is. De kans dat er in dit bestuur bijvoorbeeld ooit nog gediscussieerd zal worden over de weging van copyright density is gering en het is bovendien onzeker wat er gebeurt met het oordeel van de rechter.

Dat de directie met de bestuurswijziging een einde wil maken aan het bestuursconflict is begrijpelijk. Maar het is zorgelijk wanneer een organisatie die voor alle producenten substantiële en belangrijke auteursrechtelijke vergoedingen incasseert niet onafhankelijk lijkt te kunnen opereren noch in staat is om op een evenwichtige manier de diverse belangen te behartigen en eigenlijk gewoon in opdracht lijkt te werken van één bepaalde groep. Je zou haast zeggen: als dit klopt, waarom laten filmproducenten hun belangrijke rechten beheren door zo’n club?

We wensen de aangeslotenen van StOPnl veel wijsheid bij het uitbrengen van hun stem!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in actueel, auteursrecht, auteursrechtelijke vergoedingen, CBO, filmfinanciering, filmmakers, filmsector, Geen categorie, geldzaken, nieuws, opinie, producenten en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Hoe hoger de inkomsten hoe meer stemrecht?

  1. Pingback: Artikel | Trends & Ontwikkelingen 22 mei 2018 - Mestmag.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s