Geld bestemd voor verbetering positie filmmakers besteed aan BTW convenant?

Sinds november 2017 is er een Arbeidsmarktagenda die tot doel heeft de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector te versterken. En dat is goed nieuws want de economische crisis en de bezuinigingen hebben de positie van kunstenaars – die toch al niet sterk was – verzwakt. Gemiddeld verdienen kunstenaars een derde minder dan het modaal bruto inkomen.

Zie voor meer achtergrond van de Arbeidsmarktagenda dit artikel.

Het ministerie van OCW stelt daarom sinds 2016 geld beschikbaar aan de verschillende sectoren om tot maatregelen te komen die de positie van kunstenaars verbeteren.

Zo lezen we in de voortgangsrapportage van 1mrt 2017, die de minister stuurt aan de Tweede Kamer over de Arbeidsmarktagenda, dat het Fonds Podiumkunsten en het Mondriaanfonds met de 600.000 euro die ze ieder hebben ontvangen, regelingen hebben ingesteld om redelijke honoraria voor kunstenaars te stimuleren. Dit houdt onder andere in dat beeldende kunstinstellingen (bijvoorbeeld musea) die de richtlijn toepassen, bij het Mondriaan Fonds een gedeeltelijke compensatie voor honoraria aan kunstenaars kunnen aanvragen. Op die manier is er dus een belangrijke stap gezet in de verbetering van de inkomenspositie.

En ook het Filmfonds kreeg geld. In de brief van mei van 2016 lezen we dat het Filmfonds 200.000 euro krijgt voor het leggen van een basis in de ontwikkeling van een modelcontract tussen producenten en opdrachtnemers.

31 mei 2016 schreef minister Jet Bussemaker : ” Ik stel eenmalig 200.000 euro beschikbaar aan het Filmfonds, zodat een goede basis wordt gelegd voor de te ontwikkelen modelcontracten tussen producenten en opdrachtnemers.” 

Het modelcontract is voor filmmakers enorm welkom. Regisseurs en scenarioschrijvers werken op dit moment meestal voor te lage honoraria  (40% van de scenarioschrijvers verdiende in 2014 minder dan 10.000 euro), bovendien dragen makers rechten over zonder dat de billijke vergoeding gegarandeerd is, hebben ze meestal geen idee wat er met hun film of programma gebeurt en ontvangen ze of helemaal niets of slechts een mager deel uit de opbrengst, ook als hun werk een enorm (financieel) succes is.

Joan Fontaine en Gary Grant

Kortom het modelcontract biedt een uitgelezen kans om een aantal zaken beter te regelen tussen producenten en filmmakers, maar uit de brief die de nieuwe minister Ingrid van Engelshoven op 10 november 2017 aan de Tweede kamer stuurde, blijkt dat er niet langer sprake is van een modelcontract (is dat niet gelukt?) en dat het geld een andere bestemming heeft gekregen. Het geld blijkt besteed te zijn aan de uitwerking van de Fair Practice Code – een code die dient als moreel kompas  – en verder is het geld onder andere besteed aan het BTW convenant.

Fragment uit de brief van 10 november 2017 die de nieuwe minister I.K. Van Engelshoven aan de Tweede kamer stuurt.

“Film: Fair Practice, economische circulariteit en kennisopbouw : Het Filmfonds zet 200.000 euro uit het amendement in voor een uitwerking van de Fair Practice Code. Daarnaast worden middelen gebruikt voor het maken van afspraken tussen producenten en eindexploitanten, —– Het Filmfonds speelt daarin een faciliterende rol. Een stap in dit proces is de herziening van het BTW-convenant tussen onder andere de Staat en de filmdistributeurs en bioscoop- en filmtheater- exploitanten. …….

don-knotts

Dat het geld besteed is aan het BTW convenant is volgens ons een belangrijk punt van aandacht. Want we vragen ons af op welke manier het nieuwe BTW convenant bijdraagt aan een verbetering van de positie van filmmakers?

Op zijn best is hier sprake van een indirect effect omdat het om een verruiming van de financiering van (Publieks)films gaat. Het BTW convenant houdt namelijk in dat een aantal producenten (die gebruik maken van de Film Production Incentive en die dus in de afgelopen 7 jaar 2 films geproduceerd hebben) een aanvullende bijdrage kan ontvangen wanneer een distributeur geld wil investeren in zijn of haar (Publieks) film. De regeling stimuleert distributeurs om te investeren in Nederlandse publieksfilm en dat is fijn, maar waarom moet hiervoor geld gebruikt worden dat bestemd is voor de Arbeidsmarktagenda die de positie van makers moet verbeteren? 

Waarschijnlijk werd er gedacht : Als er meer geld beschikbaar is voor het maken van films, dan is dat goed voor de makers. En ten dele is dat waar, want filmmakers willen graag films maken en meer geld betekent theoretisch meer werk. Maar de Arbeidsmarktagenda gaat niet alleen over economische belangen. Het gaat over iets fundamentelers: het gaat over het verbeteren van de positie (autonomie, mogelijkheden om je eigen project te initiëren / toegang tot subsidie), over werkomstandigheden (het juiste budget voor de film, voldoende draaidagen, repeteren, lichtpakket etc.) en inkomenspositie van filmmakers (je uren vergoed krijgen, kunnen investeren in nieuw werk en een pensioen kunnen opbouwen) en daar verbetert op zich niets aan wanneer de financiering door distributeurs van publieksfilms een boost krijgt.

Door de jaren heen zijn cruciale randvoorwaarden voor een sterke creatieve sector en gezonde arbeidsmarkt –  autonomie, weten wat er met je werk gebeurt en meedelen in opbrengsten- ondergeschikt gemaakt aan het algemeen economische belang van ‘de Nederlandse film’. De koek moet groter – maar de verhoudingen in de waardeketen en de relatief slechte arbeidsmarktpositie van makers wordt met het vergroten van de koek niet vanzelfsprekend meteen ook beter.

Met de huidige Arbeidsmarktagenda ligt er een prachtige kans om zaken voor filmmakers beter te regelen. Laten we die kans met beide handen grijpen en als een bok op de haverkist gaan zitten zodat we gezamenlijk een aantal concrete maatregelen kunnen voorstellen die de sociale dialoog, een betere verhouding tussen werkgevers en werknemers en een versterking van de inkomstenpositie van kleine zelfstandige creatieve ondernemers, c.q. creatieven, bevorderen.  Hiervoor zijn een aantal zeer zinnige mogelijkheden te bedenken, zonder dat ze overigens meteen de positie van de andere partijen in de keten hoeven aan te tasten.

In een volgend artikel besteden we aandacht aan de Arbeidsmarktagenda en wat er concreet opstaat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in arbeidsmarktagenda, filmbeleid, filmmakers, filmsector, geldzaken, OCW, SER Rapport Passie Gewaardeerd, Tweede Kamer en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Geld bestemd voor verbetering positie filmmakers besteed aan BTW convenant?

  1. Pingback: Artikel | Trends & Ontwikkelingen 22 mei 2018 - Mestmag.nl

  2. Pingback: Arbeidsmarkt | Wat staat er op de agenda | Afdeling Filmzaken

  3. Pingback: Arbeidsmarkt | Maatregelen die op de agenda staan | Afdeling Filmzaken

  4. Pingback: Het BTW Convenant als broedende kip! | Afdeling Filmzaken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s