Interessant commentaar van prof. dr. Bernt Hugenholtz bij Soof 2 uitspraak

screen-shot-2017-01-10-at-22-01-04

Prof. dr Bernt Hugenholtz, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (IViR), geeft in het tijdschrift voor auteurs-, media- en informatierecht – Ami nummer 2018/5 – juridisch verklarend commentaar op de uitspraak van de Geschillencommissie over Soof 2.

Hij gaat hierbij in op de overwegingen van de commissie. Dit is met name interessant met betrekking tot de evaluatie van het nieuwe Auteurscontractenrecht.

Afdeling Filmzaken heeft enkele opvallende commentaren eruit gelicht.

Koek en ei tussen de auteurs en de exploitanten?

Dat het … bijna twee jaar heeft geduurd voordat er een eerste uitspraak ligt van de nieuwe geschillencommissie komt niet omdat het na de invoering van de WAC alles koek en ei is tussen de auteurs en de exploitanten. Een belangrijke oorzaak van het geringe aantal aangebrachte zaken is dat veel exploitanten zich (nog) niet bij de Geschillencommissie hebben aangesloten. ———

De minister buigt zich nu samen met zijn ambtgenoot van OCW
over maatregelen om de publieke omroepen tot aansluiting te
bewegen.

Fair behandelen makers

Van publiek gefinancierde instellingen met een culturele taak zou men toch mogen verwachten dat zij de door hun ingehuurde makers fair behandelen.

Wie verdient het grote geld aan een film?

Hieruit blijkt dat het grote geld in Nederland niet verdiend wordt door de filmproducenten, en al helemaal niet door de makers, maar door de distributeurs en (vooral) de bioscoopbedrijven [zie ook r.o. 5.1].

Vergoeding maker vergelijken met alleen de producentenopbrengst of met opbrengsten van alle partijen in de keten?

Een logische consequentie van dit stelsel is dat indien door de eerste exploitant geen rechten zijn overgedragen, de opbrengst “in de gehele keten” de maatstaf is voor de berekening van de aanvullende vergoeding.

Producent ook slachtoffer van oneerlijke contracten

Als de totale opbrengst van de exploitatie “in de gehele keten” als maatstaf voor de aanvullende vergoeding moet gelden, kan dit leiden tot een resultaat dat voor de producent uiterst onrechtvaardig is. Immers, de producent is zelf dikwijls ook het slachtoffer van oneerlijke contracten met distributeurs en andere exploitanten verderop in de “keten”, terwijl hij op zijn beurt geen beroep kan doen op 25d Aw.

Wordt met “de opbrengst van de exploitatie van het werk” (art. 25d lid 1 Aw) gedoeld op bruto- of netto-opbrengsten?

Volgens de commissie blijkt uit de wetsgeschiedenis dat er bij de toepassing van art. 25d Aw rekening mee is te houden dat investeringen van exploitanten kunnen worden terugverdiend en dat er winst gemaakt kan worden als beloning van ondernemersrisico (r.o. 6.4.4.). Dat moge zo zijn, maar dat betekent m.i. niet dat een netto-berekening altijd is aangewezen. Een netto-berekening vergt immers wel erg veel van de transparantie van de boekhoudingen van de exploitanten. Hoe kunnen makers, geschillencommissie en rechters controleren of bepaalde kostenposten niet fictief, onnodig of opgeblazen zijn?

“…maar dat betekent m.i. niet dat een netto-berekening altijd is aangewezen”

Een meer principieel bezwaar is dat een netto-calculatie waarin rekening wordt gehouden met alle kosten, investeringen en een redelijke winstmarge van de exploitanten in wezen unfair is ten opzichte van de makers, die van de exploitanten uiteindelijk brutobedragen ontvangen, waarin de eigen kosten van de makers (bijvoorbeeld de researchkosten van de scenarioschrijver) niet zijn verdisconteerd.

Filmfonds

Overigens ben ik het met de Geschillencommissie wel eens dat de door het Filmfonds aan de producenten uitgekeerde ‘succesbonus’ (ten dele) bij de door de producenten gerealiseerde opbrengst moet worden opgeteld.

Aanbevelingen

…bij het oordeel over de (dis)proportionaliteit zou m.i. ook moeten worden meegewogen in hoeverre het ondernemersrisico van de exploitant a priori is afgedekt door publieke financiering.

In het algemeen ligt bij bestseller-claims een berekening op basis van bruto-inkomsten m.i. meer voor de hand. Dat is ook het standpunt van de Duitse rechter.

Tot slot

Met dat al bieden de eerste uitspraken van de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht genoeg stof voor overpeinzing. Maar het belangrijkste is dat er nu eindelijk jurisprudentie ligt waarop volgende commissies en rechters kunnen voortbouwen. Ik kan niet wachten op de volgende beslissing.

https://www.ivir.nl/publicaties/download/Annotatie_AMI_2018_5-1.pdf

Soof2 Filmposter Lies

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Alle berichten, auteursrecht > issues en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Interessant commentaar van prof. dr. Bernt Hugenholtz bij Soof 2 uitspraak

  1. Pingback: Artikel | Trends & Ontwikkelingen 8 november 2018 - Mestmag.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s